1. Moet ik mij als zelfstandige aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds?

Ja, iedere zelfstandige moet zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.

Een zelfstandige is een persoon die een professionele activiteit uitoefent met winstbejag. Hij is beschikbaar voor klanten en voert zijn activiteit regelmatig uit.

Een mandataris van een vennootschap onderworpen aan de vennootschapsbelasting, wordt eveneens verondersteld een zelfstandige beroepsactiviteit uit te oefenen.

De gepensioneerde onbezoldigde mandataris van een vennootschap en de mandataris van een openbare instelling zijn vrijgesteld van de verplichting om zich aan te sluiten.

Ook journalisten, perscorrespondenten en genieters van auteursrechten zijn onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld.

Voor werknemers, personen die werken voor een werkgever in ondergeschikt verband, is de RSZ-wetgeving van toepassing. De verantwoordelijkheid ligt bij de werkgever.

2. Wie moet zich allemaal aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds?

Naast de zelfstandige, zijn ook deze personen verplicht om zich aan te sluiten bij een sociaal verzekeringsfonds:

  • De help(st)er;
  • De meewerkende echtgeno(o)t(e);
  • De vennootschap;
  • De beginnende zelfstandige.

De help(st)er

Een helper staat de zelfstandige bij of vervangt hem, maar heeft geen ondergeschikt verband. De regel geldt niet voor:

  • De ongehuwde helper vóór het jaar van zijn (haar) 20ste verjaardag;
  • De sporadische helper (= onregelmatige hulp gedurende minder dan 90 dagen per jaar);
  • De student met recht op kinderbijslag (tot maximum 25 jaar).

De meewerkende echtgeno(o)t(e)

Sinds 1 juli 2005 moet iedere meewerkende echtgeno(o)t(e) zich aansluiten voor het volledige sociale statuut van de zelfstandigen, behalve voor de faillissementsverzekering.

De vennootschap

Alle vennootschappen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting of de belasting der niet-verblijfhouders, moeten zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.

Voor sommige personenvennootschappen geldt een vrijstelling van bijdragen gedurende de eerste drie jaren. Die moet dan wel uitdrukkelijk gevraagd worden.

Beginnende zelfstandige

Zolang uw beroepsinkomen niet officieel vaststaat, betaalt u voorlopige bijdragen. U kunt de wettelijke minimumbijdrage betalen, maar u kunt ook hogere voorafbetalingen doen.

Twee à drie jaar later deelt de fiscus uw beroepsinkomen mee aan het sociaal verzekeringsfonds. Op dat ogenblik worden uw sociale bijdragen definitief berekend en moet u het verschil tussen de voorlopige en de definitieve bijdrage bijbetalen. Dit noemt men de ‘regularisatie'. Door hogere voorafbetalingen te doen, vermijdt u deze navordering.

3. Hoe zit het met het statuut van mijn meewerkende echtgeno(o)t(e)?

De wetgever gaat ervan uit dat de echtgeno(o)t(e) of levenspartner van een zelfstandige, helper is wanneer hij of zij:

  • effectief meehelpt in de zaak van de zelfstandige EN
  • geen eigen inkomen heeft uit een andere beroepsactiviteit, noch een vervangingsinkomen dat recht geeft op een volwaardige dekking in de sociale zekerheid.

In dit geval is de helpende echtgeno(o)t(e) onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandigen. Vanaf 1 juli 2005 moet elke meewerkende echtgeno(o)t(e) zich verplicht aansluiten voor het volledige sociaal statuut van de zelfstandigen (behalve voor de faillissementsverzekering).

Wettige echtgenoten en partners met een samenlevingscontract worden op gelijke voet behandeld. Deze regel geldt niet in deze gevallen:

  • de echtgeno(o)t(e) wordt fiscaal als bedrijfsleider belast: het nieuwe statuut van de meewerkende echtgeno(o)t(e) is niet van toepassing;
  • de echtgeno(o)t(e) is geboren voor 1956: het verplichte, volledige statuut is ook na 2005 niet van toepassing.

4. Wat betekent het maxi-statuut?

Het maxi-statuut van de meewerkende partner is een sociaal statuut dat recht geeft op de voordelen van de sociale zekerheid.

De toetreding tot dit statuut impliceert de verplichting om bijdragen te betalen.

Gevolgen van het maxi-statuut:

  • Revalorisatie van het referentiesalaris;
  • Identieke schijven als de zelfstandige in hoofdberoep;
  • Minimumbijdrage per kwartaal: 306,65 euro (2017).

5. Wie wordt beschouwd als meewerkende echtgeno(o)t(e)?

De partner van een zelfstandige zonder beroepsactiviteit die verondersteld wordt mee te werken met de zelfstandige, valt zelf ook onder het statuut van zelfstandige.

Dit geldt voor gehuwde koppels en voor de ongehuwde meewerkende persoon die wettelijk samenwonen.
 

1. Wat is een sociale bijdrage?

Voor loontrekkenden en ambtenaren worden de prestaties van de sociale zekerheid gefinancierd door middel van afhoudingen op het loon en een door de werkgever gestorte aanvullende bijdrage.

Zelfstandigen dragen zelf bij tot de financiering van de prestaties van de sociale zekerheid waarop zij recht hebben. Dat doen ze via de sociale bijdragen.

De RSZ (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid) verzamelt de trimestriële bijdragen en herverdeelt deze over de verschillende instellingen:

  • Kinderbijslag: +/- 13,5%;
  • Ziekte en invaliditeit: +/- 26,5%;
  • Pensioenen: +/- 60,0%.

2. Moet ik sociale bijdragen betalen?

Ja, als zelfstandige moet u sociale bijdragen betalen in functie van uw activiteit en het niveau van uw inkomen.

Doet u dat niet? Dan wachten u boetes en de verwijlinteresten bovenop de verschuldigde bijdragen. Na verloop van tijd verliest u ook het recht op de voordelen van de sociale zekerheid.

3. Wat zijn de huidige barema's van de sociale bijdragen?

Alle bedragen zijn vermeld exclusief de beheerskosten van de sociale kassen. U kunt deze bedragen ook consulteren op de website van de FOD Sociale Zekerheid.

Zelfstandige in hoofdberoep (bedragen 2017)

 
basisinkomen tot 57.415,67 euro  21%
basisinkomen van 57.415,67 tot 84.612,53 euro  14,16%
minimumbijdrage per kwartaal  698,05 euro
maximumbijdrage per kwartaal 3.977,09 euro

 

Beginnende zelfstandigen

Als beginnende zelfstandige zijn uw werkelijke inkomsten nog niet gekend. Daarom betaalt u de eerste jaren een voorlopige bijdrage, berekend op een forfaitair bedrag. Later worden die geregulariseerd.

Verwacht u dat uw inkomen een stuk hoger zal liggen dan het forfaitaire inkomen? Dan betaalt u best al aangepaste bijdragen.

  forfaitaire kwartaalbijdrage regularisatie percentage
eerste jaar 681,43 euro 20,5%
tweede jaar 698,05 euro 21%
derde jaar 698,05 euro 21%

                    

Meewerkende echtgenoten met maxi-statuut

minimumbijdrage per kwartaal 306,65 euro
maximumbijdrage per kwartaal 3.977,09 euro


Zelfstandige in bijberoep (bedragen 2017)

De bijdragen worden gerekend aan de hand van geherwaardeerde referte-inkomsten:

minder dan 1.471,01 euro 0 euro
van 1.471,01 tot 57.415,67 euro 21% per jaar
van 57.415,67 tot 84.612,53 euro 14,16% per jaar
minimumbijdrage per kwartaal 77,23 euro
maximumbijdrage per kwartaal 3.899,86 euro

 

4. Hoe bereken ik het bedrag dat ik in de toekomst zal uitsparen aan sociale lasten?

(in de veronderstelling dat u sociale bijdragen betaalt op het inkomen van drie jaar terug)

Dat is heel eenvoudig. Bereken het bedrag dat u in de toekomst aan sociale lasten zult uitsparen (binnen drie jaar!) aan de hand van onderstaande tabel, rekening houdend met de verschillende inkomensschijven.

inkomensschijven (in euro) percentage van de sociale
bijdragen
besparing sociale lasten
13.296,25 tot 57.415,67 21% 21,99%
57.415,67 tot 84.612,53 14,16% 14,83%
meer dan 84.612,53 0,00% 0,00%

(op basis van een herwaarderingscoëfficiënt van 1,04704122 voor 2017)

Een voorbeeld:

Stel dat u in 2014 een inkomen had van 30.000 euro. In 2017 betaalt u dan 21% sociale bijdragen op uw inkomen geherwaardeerd naar 2017. Het geherwaardeerd inkomen bedraagt 31.411,24 euro. Het bedrag aan sociale bijdragen zonder VAPZ komt dan op 6.596,36 euro (21% van 31.411,24).

Als u in 2014 ook een VAPZ had, wordt uw inkomen in 2014 verminderd met de premies die u dat jaar betaalde voor uw VAPZ. De maximale premie bedraagt 8,17% van uw inkomen van drie jaar terug, dus 2.451 euro.

Dat betekent dat u 21% sociale bijdragen betaalt op 28.844,94, of 6.057,44 euro aan sociale bijdragen met een VAPZ.

Dankzij uw VAPZ bespaart u 538,92 euro aan sociale lasten (6.596,36 - 6.057,44 euro).

De besparing van 538,92 euro is gelijk aan 21,99% van uw VAPZ-premie in 2014.

  zonder VAPZ met VAPZ
inkomen 2014 30.000 euro 30.000 euro
aftrek VAPZ in 2014 (8,17% van inkomen) 0 euro 2.451 euro
inkomen na aftrek VAPZ 30.000 euro 27.549 euro
herwaarderingscoëfficiënt 1,04704122 1,04704122
inkomen geherwaardeerd naar 2017 31.411,24 euro 28.844,94 euro
sociale bijdragen in 2017 6.596,36 euro 6.057,44 euro

 

Besparing:       538,92 euro

aftrek VAPZ: 2.451,00 euro

besparing als percentage van VAPZ: 21,99%

5. Wat zijn de gevolgen voor mijn VAPZ-contract als ik mijn sociale bijdragen niet betaal?

Uw VAPZ-voordelen gelden alleen als u ook effectief sociale bijdragen betaalt. Anders zijn de gestorte premies niet aftrekbaar en zullen ze door de fiscus beschouwd worden als een ongeoorloofde uitgave.

Er is geen enkele penaliteit betreffende de aanslag op de kapitalen op de einddatum van het contract. U kunt de gestorte bedragen ook niet recupereren.

1. Wat betekenen de begrippen eerste pijler, tweede pijler en derde pijler?

In België gebruikt men gewoonlijk het concept van de drie pijlers om de verschillende pensioentypes te onderscheiden.

Eerste pijler

Dit is het wettelijk pensioen gevormd via verdeling in het kader van de sociale zekerheid. We onderscheiden drie grote stelsels:

  • Het wettelijk pensioen van loontrekkenden;
  • Het wettelijk pensioen van zelfstandigen;
  • Het wettelijk pensioen van ambtenaren.

Tweede pijler

Dit is het extralegaal (of aanvullend) pensioen in het kader van de beroepsactiviteit en volledig of gedeeltelijk gefinancierd door de werkgever (een groepsverzekering, een bedrijfsleidersverzekering, een pensioenfonds,…).

In deze context worden zelfstandigen uit eigen naam beschouwd als hun eigen werkgever.

De gestorte premies in het kader van een VAPZ worden beschouwd als persoonlijke bijdragen van de tweede pijler.

Derde pijler

Dit is de pensioenaanvulling op eigen initiatief in het kader van pensioensparen of langetermijnsparen.

2. Wat zijn de verschillen tussen het VAPZ en de andere producten van de tweede pijler?

Het VAPZ wordt fiscaal beschouwd als een contract van de tweede pijler met enkel persoonlijke bijdragen. Het is dus het enige product van de tweede pijler dat de zelfstandige in eigen naam kan onderschrijven.

De andere producten van de tweede pijler worden onderschreven door de vennootschap ten voordele van de werknemers of de zelfstandige bedrijfsleiders.

3. Ik heb al een VAPZ bij een sociaal verzekeringsfonds. Wat nu?

Overstappen kan altijd. U maakt het bestaande contract dan 'premievrij' zodat u geen bijdragen meer betaalt. De gespaarde som brengt uiteraard nog wel rente op. Kies daarna voor een nieuw contract via uw verzekeringsmakelaar.

Het premievrij contract bij het sociaal verzekeringsfonds blijft uiteraard intrest opbrengen, ook al betaalt u geen bijdragen meer.

Pas op: een fiscaal gunstige overdracht is alleen mogelijk voor contracten die zijn afgesloten na 01/01/2004.

4. Waarom zou ik kiezen voor een verzekeringsmakelaar en niet voor een sociaal verzekeringfonds?

Een makelaar heeft veel extra troeven:

  • Algemeen inzicht in de activiteit van de zelfstandige;
  • De jarenlange ervaring in financiën;
  • De kennis en controle van de 80% regel;
  • Discretie, het is gevoelige materie;
  • Hij beschikt over een pensioensimulator.

Sociale verzekeringsfondsen kampen bovendien met een zware kostenstructuur en veel administratieve lasten.

5. Is het mogelijk om de reserves van contracten onderschreven bij een sociaal verzekeringsfonds over te dragen naar VIVIUM?

Ja.

Al moet u wel opletten met contracten die werden afgesloten vóór 1 januari 2004. Deze contracten zullen bij een reserve-overdracht onderworpen worden aan een taxatie.

Voor zulke contracten is het dus aangewezen om ze premievrij te laten staan bij uw verzekeringsfonds en een nieuw contract te onderschrijven via uw verzekeringsmakelaar.

6. Moet ik een medisch onderzoek ondergaan?

Niet altijd. Het medisch onderzoek hangt af van het risiconiveau van het contract, en dus van het minimumkapitaal overlijden waarvoor u als verzekeringsnemer kiest.

Het standaardbedrag voor een kapitaal overlijden ligt op 6.000 euro. Het werkelijke risicokapitaal is het verschil tussen de opgebouwde reserve en het bepaalde kapitaal. Om dit risico te dekken, is er geen medische acceptatie.

Ligt het gewenste overlijdenskapitaal hoger dan 12.000 euro? Dan is er medische acceptatie. Uw makelaar kan u hierin begeleiden...

7. Is het rendement gewaarborgd?

Ja.

Uw VAPZ is een tak 21-verzekeringsproduct van het type Universal Life. De bedragen worden gekapitaliseerd aan een gewaarborgde rentevoet. U geniet dus van de zekerheid van een gewaarborgd rendement.

8. Wat als mijn zaak failliet gaat? Kan er beslag worden gelegd op het VAPZ?

Er kan alleen beslag gelegd worden op een VAPZ-contract op het moment van de uitkering - niet gedurende de looptijd van het contract.

Als bedrijfsleider maakt uw VAPZ overigens geen deel uit van de failliete boedel van uw vennootschap. Alleen als u persoonlijk failliet wordt verklaard, zal het contract hetzelfde lot ondergaan als dat van de individuele levensverzekeringen.

Let wel, geen enkele vervroegde afkoop vóór de leeftijd van 60 jaar wordt in aanmerking genomen. Dit wil zeggen dat u voor uw zestigste uw bijeengespaard kapitaal niet kunt opnemen, ook niet bij een faillissement. Het kan dus ook niet in beslag genomen worden.

1. Wie kan een VAPZ-contract afsluiten?

  • De zelfstandige, die de voor een hoofdberoep voorziene bijdragen verschuldigd is;
  • De zelfstandige in bijberoep op voorwaarde dat hij de sociale bijdragen betaalt zoals de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • De meewerkende echtgeno(o)t(e).

Als zelfstandige wordt beschouwd: de belastingplichtige zelfstandige die, overeenkomstig artikel 12, § 1 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, de bijdragen dient te betalen die verschuldigd zijn voor een hoofdberoep.

De categorie van zelfstandigen bestaat uit personen die een beroepsactiviteit uitoefenen zonder gebonden te zijn door een arbeidsovereenkomst of statuut.

De sociale bijdragen moeten worden betaald via het sociaal verzekeringsfonds.

2. Ik heb als zelfstandige drie jaar geleden verliezen geleden, kan ik nu een VAPZ onderschrijven?

Neen, een zelfstandige die drie jaar geleden verliezen leed en waarvoor het in aanmerking te nemen referentie-inkomen bijgevolg nu nul bedraagt, kan dit jaar niet onderschrijven.

Zodra u terug een inkomen kan bewijzen en sociale lasten betaalt, kan dit wel terug.

3. Kan ik als ik mijn zelfstandige activiteiten onderbreek (geen pensionering) het VAPZ blijven onderschrijven gedurende de drie jaar na de stopzetting?

Ja.

U kunt de betaling opschorten en later weer hervatten.

Pas als u de activiteiten helemaal stopzet, bent u geen zelfstandige meer en kunt u geen aanvullend pensioen meer vestigen in het kader van het VAPZ.

1. Is een forfaitair premiebedrag mogelijk?

Ja.

Sinds 2004 kunt u jaarlijks een forfaitair premiebedrag afhouden van uw inkomsten zolang het zich situeert binnen de wettelijk bepaalde grenzen.

2. Hoe wordt de premie bepaald?

U levert de elementen waarmee de grenzen worden berekend waarbinnen de premie wordt bepaald: op het aanslagbiljet betreffende de inkomsten van drie jaar geleden vinden we het netto belastbaar beroepsinkomen terug. Het in aanmerking te nemen beroepsinkomen wordt ingevoerd in het systeem. Uw makelaar berekent de minimum- en de maximumpremie.

U bepaalt daarna zelf de premie en de andere elementen van het contract, en eventueel de in aanmerking te nemen minimumdekking overlijden. U kunt ook kiezen voor de optie die het fiscale rendement van uw contract optimaliseert.

3. Kan ik op regelmatige basis de premiebedragen aanpassen?

U kunt het premiebedrag aanpassen, maar de gestorte premies zullen enkel aftrekbaar zijn indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • U hebt uw sociale bijdragen effectief en volledig betaald voor 31 december van het betreffende jaar;
  • De premies bedragen maximum 8,17% van het beroepsinkomen dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de sociale bijdragen die voor het betreffende jaar verschuldigd zijn;
  • De gestorte premies situeren zich tussen het wettelijk bepaalde minimum en maximum.

Bekijk samen met uw makelaar de premie die het best bij uw specifieke situatie past.

4. Wat gebeurt er indien het inkomen meer dan drie jaar na het referentiejaar wordt herzien?

De sociale bijdragen zullen worden herberekend.

De wetgeving voorziet dat de premie gestort moet worden vóór 31 december van het betrokken jaar. Nadien wordt dus geen enkele regularisatie meer aanvaard (de maximumpremie wordt niet verhoogd).

5. Wat zijn de referentiebedragen voor startende zelfstandigen?

  basis voor de berekening   % bijdrage
  hoofdberoep bijberoep meewerkende
echtgeno(o)t(e)
 
tot het einde van het eerste volledige kalenderjaar 13.296,25 euro 1.471,01 euro 5.841,04 euro 20,5%
voor het tweede jaar van activiteit 13.296,25 euro 1.471,01 euro 5.841,04 euro 21%
voor het derde jaar van activiteit 13.296,25 euro 1.471,01 euro 5.841,04 euro 21%

  
Deze bedragen worden vermeerderd met de beheerskosten die door de sociale verzekeringskas worden afgetrokken.

6. Wanneer moet de premie betaald worden?

U kiest zelf wanneer u de premie betaalt: de premiebetaling is vrij en het product stelt vrije en/of  regelmatige stortingen voor.

De premies van de contracten moeten voor 31 december van het betrokken jaar worden gestort als men ze wil aftrekken als sociale bijdragen. Dat is wettelijk bepaald.

De eerste premie wordt betaald bij de onderschrijving van het contract. De onderschrijvingstoepassing stelt standaard een periodiciteit voor van drie maanden voor de premiebetaling (via een permanente opdracht of domiciliëring), om zich te conformeren aan de betalingsfrequentie van de sociale bijdragen.

Een andere betalingsperiodiciteit voor de premies is eveneens mogelijk en mag vrij gekozen worden door de verzekeringsnemer (met uitzondering van de halfjaarlijkse periodiciteit, die niet meer zal worden voorgesteld gezien het beperkte succes).

Een vrije storting in de loop van het contract is altijd mogelijk.

Een fiscaal optimalisatiemechanisme voor het contract, dat een vrije storting mogelijk maakt, zal ook worden voorgesteld.

7. Kan ik twee afzonderlijke contracten VAPZ afsluiten?

Ja, maar in dat geval moet de som van de premies van de twee contracten zich situeren binnen de wettelijk bepaalde grenzen. Anders hebt u geen recht op de fiscale aftrek van de gestorte premies.

8. Kan ik een VAPZ-contract onderschrijven waarvan de einddatum voor de uitkeringen na de 65ste verjaardag ligt?

De einddatum van het contract wordt standaard vastgelegd op de eerste dag van de maand die volgt op de 65ste verjaardag van de verzekeringsnemer, aangezien dit de normale wettelijke pensioenleeftijd is.

Zet u de beroepsactiviteit na uw 65ste verjaardag voort? Dan kunt u uw premies blijven storten, gesteld dat de andere voorwaarden vervuld blijven.

9. Kan ik als verzekeringsnemer de betaling van de voordelen van mijn contract vragen vóór mijn 60ste verjaardag?

Neen.

U kunt pas vanaf uw zestigste verjaardag op vervroegd wettelijk pensioen gaan. Uw VAPZ-contract kan dus niet voor de 60ste verjaardag opgevraagd worden.

1. Wat is de minimale duurtijd voor een contract VAPZ om fiscaal in orde te zijn?

Er is geen minimale duurtijd, maar de berekeningsbasis blijft het belastingjaar.

De in aanmerking te nemen premies moeten vóór 31 december van het betrokken jaar worden gestort om als sociale bijdragen voor datzelfde jaar aftrekbaar te zijn!

2. Wie bewijst aan de fiscus dat de sociale bijdragen werden betaald?

Het sociaal verzekeringsfonds verstuurt elk jaar een fiscaal attest dat het bedrag van de sociale bijdragen vermeldt dat u effectief gestort hebt.

3. Wat met teveel betaalde premies in het kader van de legale beperkingen of in het kader van het geldende gerevaloriseerd netto beroepsinkomen?

Het teveel betaalde bedrag is niet aftrekbaar. De fiscus beschouwt het als een ongeoorloofde uitgave.

Er is geen enkele penalisering betreffende de aanslag op de kapitalen op de einddatum van het contract.

U kunt de sommen ook niet recupereren.

4. Hoe vermeld ik het VAPZ op mijn belastingaangifte?

De gestorte premies in het kader van het VAPZ worden gelijkgesteld met de sociale lasten en zijn dus in die hoedanigheid aftrekbaar, op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • U hebt uw sociale bijdragen effectief en volledig betaald vóór 31 december van het betreffende jaar;
  • De premies bedragen maximum 8,17 % van het netto belastbaar beroepsinkomen van drie jaar terug;
  • De gestorte premies situeren zich tussen het wettelijk bepaalde minimum en maximum.

De gestorte premies zijn bijgevolg aftrekbaar als bedrijfskosten, bovenop de reële of forfaitaire kosten.

De rubrieken van de belastingaangifte waarin deze moeten worden ingevuld zijn de volgende:

  • Vrije beroepen: 1656/2656;
  • Zelfstandigen anders dan vrije beroepen: 1606/2606;
  • Bedrijfsleiders: 1405/2405;
  • Indien u meewerkende echtgeno(o)t(e) bent:1451/2451.

5. Hoe zal het kapitaal op de eindvervaldag belast worden?

Het kapitaal dat op de einddatum van het contract verworven is, zal volgens het systeem van de fictieve rente worden belast. Dit wil zeggen dat een deel van het verworven pensioenkapitaal elk jaar wordt toegevoegd aan het belastbaar inkomen en belast wordt aan de marginale aanslagvoet en dit gedurende tien of dertien jaar.

op 65 jaar 5,00% 10 jaar
op 64 jaar 4,50% 13 jaar
op 63 jaar 4,50% 13 jaar
op 62 jaar 4,00% 13 jaar
op 61 jaar 4,00% 13 jaar
op 60 jaar 3,50% 13 jaar

Op 65 jaar krijgt Mevrouw Desmet van VIVIUM een bedrag van 64.237 euro, bestaande uit 38.623 euro gewaarborgd kapitaal en 25.614 euro winstdeelname. Haar winstdeelname wordt niet belast bij de uitkering.

Eerst is er de afhouding van de RIZIV-bijdrage.

Deze bedraagt 3,55% op het totale bedrag: 3,55% x 64.237 = 2.280,41 euro.

De solidariteitsbijdrage bedraagt in dit voorbeeld 2%: 64.237 * 0.02 = 1.284,74 euro

Na afhouding van de Riziv- en de solidariteitsbijdrage wordt er dus nog 36.479,42 euro kapitaal uitgekeerd en 24.192,42 euro winstdeelname.

Gedurende een periode van 10 jaar zal zij in haar belastingaangifte een fictieve rente van 1.823,97  euro moeten aangeven (= 5 % van 36.479,42 euro).

Is mevrouw Desmet echter effectief actief gebleven tot op 65 jaar dan valt de uitkering binnen de modaliteiten van het generatiepact. De fictieve rente wordt in dat geval berekend op 80% van het kapitaal. In dit voorbeeld: 5% x 80% x 36.479,42 = 35.570,13= 1.459,18 euro.

6. Wat zijn de gevolgen voor mijn erfgenamen indien ik overlijd voor de pensioenleeftijd?

Uw erfgenamen ontvangen de gevestigde reserve, met minimum het vastgestelde kapitaal overlijden.

Het kapitaal dat de begunstigden van het contract ontvangen in geval van overlijden van de verzekeringsnemer vóór de einddatum zal worden belast volgens het systeem van de fictieve rente, d.w.z. dat een deel van het verworven pensioenkapitaal elk jaar wordt toegevoegd aan het belastbaar inkomen en belast wordt aan de marginale aanslagvoet.

59 tot 60 jaar 3,50% 13 jaar
56 tot 58 jaar 3,00% 13 jaar
51 tot 55 jaar 2,50% 13 jaar
46 tot 50 jaar 2,00% 13 jaar
41 tot 45 jaar 1,50% 13 jaar
tot 40 jaar 1,00% 13 jaar

Een concreet voorbeeld:

We betalen een overlijdenskapitaal van 47.561 euro aan Mevrouw Smets (begunstigde), na het overlijden van haar vader. Mevrouw Smets is 38 jaar. De belasting is als volgt: er wordt niets afgehouden op het bedrag van het kapitaal, maar ze moet wel gedurende 13 jaar een fictieve rente van 1 % van 47.561 euro (475,61 euro) aangeven. Er is geen taxatie op de winstdeelname.

Als de begunstigde ouder is dan 60 jaar:

op 65 jaar 5,00% 10 jaar
op 64 jaar 4,50% 13 jaar
op 63 jaar 4,50% 13 jaar
op 62 jaar 4,00% 13 jaar
op 61 jaar 4,00% 13 jaar
op 60 jaar 3,50% 13 jaar

Indien uitbetaling aan de echtgenote is er een Riziv- en een solidariteitsbijdrage verschuldigd.

7. Wat bij overschrijding van de 80%-regel bij cumulatie van uw VAPZ met een groepsverzekering?

U kunt het VAPZ (Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen) cumuleren met andere pensioenaanvullingen afgesloten door uw werkgever of op professionele basis zoals een groepsverzekering, een bedrijfsleidersverzekering, pensioenfonds …

De 80%-regel schrijft voor dat uw totale pensioen op de pensioenleeftijd niet hoger mag zijn dan 80% van uw laatste bezoldiging.

Overschrijdt u die 80%? Dan wordt eerst ingekort op de groepsverzekering (= verwerpen van de aftrekbare posten in de belastingaangifte).

8. Welk deel van mijn inkomen kan ik overdragen voor mijn meewerkende echtgeno(o)t(e)?

Het toegekende inkomen moet overeenkomen met een normale bezoldiging van de prestaties van uw meewerkende partner.

Sowieso moet het bedrag lager liggen dan 30% van het totale inkomen van uw beroepsactiviteit.

Dit plafond kan overschreden worden als u bewijst dat de prestaties van uw partner recht geven op een duidelijk hoger gedeelte.

1. Kan ik het VAPZ cumuleren met een groepsverzekering?

Ja, het VAPZ is cumuleerbaar met andere pensioenaanvullingen onderschreven door de werkgever of op professionele basis.

De enige voorwaarde: uw totale pensioen mag op de pensioenleeftijd niet hoger zijn dan 80% van uw laatste bezoldiging.

2. Kan ik het VAPZ cumuleren met pensioensparen?

Ja, het VAPZ is cumuleerbaar met andere pensioenaanvullingen onderschreven op individuele basis, de 'derde pijler', mits het respecteren van de aan deze producten toegekende fiscale enveloppe.

Het VAPZ is dus cumuleerbaar met het pensioensparen en een individueel levensverzekeringscontract (langetermijnsparen).

3. Is het VAPZ te verkiezen boven het pensioensparen of een andere levensverzekering?

Het VAPZ en andere pensioenspaarproducten zijn perfect complementair.

We raden u wél aan eerst te kiezen voor een VAPZ omdat het reële rendement het hoogst is gezien de grote fiscale en sociale voordelen.