Keer terug

Manuele brandblussers: hoe snel en correct ingrijpen bij brand

Image of the blog article

Met manuele blusmiddelen (waaronder brandblusapparaten) kunt u de meeste beginnende brandjes meestal snel onder controle krijgen. Maar om te vermijden dat een kleine vlam uitgroeit tot een verwoestende brand, is het heel belangrijk dat u in die eerste cruciale seconden: 

  • snel het juiste blusmiddel kiest.
  • weet waar dit blusmiddel zich bevindt.
  • weet hoe u het middel moet gebruiken. 

Dit maakt deel uit van een groter geheel binnen de brandpreventiestrategie, samen met automatische systemen zoals brandhaspels en sprinklers. 

Welk type blusmiddel gebruikt u voor welk soort brand?

Niet elke brand is hetzelfde en niet elke brand bestrijdt u met hetzelfde blusmiddel. Daarom worden branden in België onderverdeeld in zes genormeerde brandklassen: A (vaste stoffen), B (brandbare vloeistoffen), C (gassen), D (metalen) en F (vetten).

In dit schema ziet u welke middelen u kunt gebruiken voor elke brandklasse, met telkens enkele voorbeelden:  

Soorten brandblussers en hun toepassing

Brandblusapparaten kunnen draagbaar, mobiel of vast zijn. Bij de draagbare apparaten zijn er verschillende blusmiddelen, elk met hun specifieke eigenschappen en toepassing. Hierbij een handig overzicht: 

Brandblussers met: Eigenschappen: Vooral geschikt voor:
Water Het water in het apparaat is bijna altijd gemengd met een additief. Dit zorgt ervoor dat de oppervlaktespanning van water verlaagt (= betere spreiding van de waterdruppels), waardoor het beter kan indringen en doeltreffender werkt.  branden van klasse A
Schuim Het concept en de inhoud is identiek aan die van brandblussers met water en een additief, maar bij de sproeikop wordt de oplossing gemengd met lucht, waardoor er schuim ontstaat.  branden van klasse A, B en F
Poeder Deze blussers bevatten een chemisch poeder dat in de eerste plaats het vuur verstikt en de brandstof isoleert. Deze blussers zorgen voor een snelle, maar niet noodzakelijk definitieve blussing. branden van type A, B, C, D, of E of een combinatie (afhankelijk van de eigenschappen van het chemisch poeder)
Gas Kooldioxide (CO2) werkt vooral door verstikking, waarbij de zuurstofconcentratie die de brand voedt sterk wordt verminderd. branden van klasse B, C en E

Plaatsing van brandblussers: waar en hoeveel? 

Hoeveel blussers u nodig hebt, hangt onder meer af van de grootte van de ruimte, de aard van het brandgevaar en het blusvermogen van de brandblussers.  

Volgens de richtlijnen volstaat één bluseenheid (bijvoorbeeld een schuimblusser van 6 liter of een poederblusser van 6 kilo) per 150 m2. Het aantal bluseenheden staat op de brandblusser vermeld. 

Voor activiteiten met een hoog brandgevaar (bijvoorbeeld houtbewerking of afvalverwerking) wordt een strengere regel gehanteerd: één bluseenheid per 100 m2. 

Voor activiteiten of installaties met een specifiek brandrisico (denk aan laswerkzaamheden, werken met open vlam, elektrische installaties of frituurtoestellen) moet u een bijkomende brandblusser plaatsen op maximum 5 meter afstand. 

Alle brandblussers moeten bovendien: 

  • goed zichtbaar zijn
  • op een goed bereikbare plek staan
  • duidelijk aangeduid worden met een pictogram. 

Wanneer mag u een brandblusser gebruiken? 

Voor het gebruik van een brandblusser gelden de volgende drie voorwaarden:

  • U mag zelf geen gevaar lopen.
  • U moet weten hoe u de blusser moet gebruiken.
  • Enkel voor een beginnende, kleine brand (die u denkt zelf te kunnen blussen op een veilige manier). 

Als niet aan al deze voorwaarden is voldaan, dan moet u alarm slaan en het gebouw evacueren.  

Opleiding brandbestrijding: verplichtingen voor bedrijven

Brandblussers correct gebruiken leert u niet “in the heat of the moment”: dit moet regelmatig worden geoefend! De regelgeving voor ondernemingen hierrond is opgenomen in de Codex over het welzijn op het werk (Boek III, Bijlage III.3-1 - Vaardigheden en opleidingen van de leden van de brandbestrijdingsdienst bedoeld in artikel III.3-8, tweede lid, 2° en 3°). 

Een opleiding interventie bij brand omvat zowel theorie als praktijk, waaronder ook simulaties van het gebruik van de beschermingsmiddelen tegen brand in realistische noodscenario’s. 

Regelmatige bijscholing zorgt ervoor dat medewerkers snel en correct reageren bij brand. 

Keuring en onderhoud van brandblussers in bedrijven: een wettelijke verplichting 

Volgens de Belgische regelgeving (Koninklijk Besluit van 28 maart 2014) moeten brandblussers worden gecontroleerd en onderhouden volgens de voorschriften van de fabrikant of installateur. 

In de praktijk wordt een onderscheid gemaakt tussen een visuele controle en een technisch nazicht: 

  Wat? Door wie? Hoe vaak?*
Visuele controle Visueel nagaan of een brandblustoestel nog in goede staat, bruikbaar en bereikbaar is. Bevoegd persoon aangesteld door werkgever. Om de drie maanden.
Technisch nazicht

Volledig technisch nazicht van een brandtoestel: 

  • Onderzoek van in- en uitwendige onderdelen.
  • Evaluatie van de staat van het toestel en eventuele vervanging ervan.
  • Vervanging of aanpassing van de labels op het toestel.
  • Waterdrukproef.
Bevoegd extern bedrijf. Jaarlijks.


* Deze termijnen zijn voorgeschreven door Assuralia, de Belgische Beroepsvereniging van de Verzekeringsondernemingen. 

Meer gedetailleerde informatie hierover leest in het blogartikel Hoe vaak dient een brandblusser gekeurd te worden? of op de website van Assuralia.

Conclusie 

Manuele blusmiddelen vormen eenvoudige eerste verdedigingslinie tegen brand. Met de juiste middelen, een correcte plaatsing én regelmatige opleiding en onderhoud maakt u een cruciaal verschil voor de veiligheid van uw medewerkers én de continuïteit van uw onderneming. 

Meer weten over het ontstaan van brand?

Lees ook ons artikel: Hoe ontstaat brand? Oorzaken en preventie 

Meest gelezen