1. Moet ik aan pensioensparen doen? Wanneer begin ik best?

Ja, u doet best aan pensioensparen. Uw wettelijk pensioen zal immers heel wat lager dan uw laatste inkomen. Gemiddeld komt u uit op 40%. U hebt er dus alle belang bij om vooraf een spaarpotje aan te leggen zodat u na uw pensioen uw levensstandaard kunt behouden.

Vergeet ook niet dat pensioensparen fiscaal aangemoedigd wordt door de overheid. U mag de premies aftrekken van uw belastingen zodat u voor elke 100 euro die u belegt, zowat 30 euro minder belastingen betaalt. Zo geniet u van een aantrekkelijk rendement.

U begint best zo snel mogelijk met de individuele opbouw van een aanvullend pensioen. Sparen volgt namelijk een eenvoudige logica: hoe langer u spaart, des te groter het bedrag dat u bij pensionering hebt opgebouwd.

2. Kan ik mijn wettelijk pensioen op voorhand berekenen?

Om uw wettelijk pensioen te berekenen, hebt u drie gegevens nodig: de duur van uw loopbaan, uw inkomen tijdens uw loopbaan en uw gezinssituatie bij pensionering.

Halverwege uw loopbaan uw toekomstig pensioen exact berekenen, is dus praktisch niet mogelijk. Maar een prognose op basis van vandaag gekende gegevens kan een vrij juist beeld geven.

Uw makelaar geeft u graag advies.

3. Verschillende vormen van pensioensparen combineren?

U kunt individueel pensioensparen via een pensioenspaarfonds (bank) of via een pensioenspaarverzekering (verzekeraar).

U kunt beide spaarproducten opstarten, maar in hetzelfde aanslagjaar mag u slechts op één ervan storten en van de bijhorende fiscale voordelen genieten.

Het individueel pensioensparen mag u wel combineren met een vorm van langetermijnsparen, of met een collectief of individueel aanvullend pensioen, bijvoorbeeld een groepsverzekering.

4. Pensioenspaarfonds of pensioenspaarverzekering?

Een pensioenfonds is een beleggingsfonds dat specifiek voor pensioensparen werd opgericht. Op lange termijn kan het een hoger rendement opleveren. Maar tegelijk loopt u een hoger risico want uw inleg is niet beschermd.

Via een pensioenspaarverzekering heeft u de keuze. Ofwel kunt u sparen in een veilige omgeving (tak 21). Hier krijgt u een gegarandeerde intrestvoet op uw spaarpremie. Ofwel kunt u een deel van uw spaarpremie op de beurs beleggen. U spaart dan deels in een tak 23-beleggingsfonds. Het rendement van het gekozen fonds is afhankelijk van de resultaten van de beurs. U kunt tak 21 en tak 23 combineren in één en dezelfde pensioenspaarverzekering. Zo kunt u het risico beperken en toch genieten van de meerwaarde die de beurs met zich mee kan brengen.

Zowel bij een pensioenspaarfonds als bij een pensioenspaarverzekering kunt u de gestorte premies in mindering brengen van uw belastbaar inkomen.

5. Voorwaarden voor belastingvermindering bij pensioensparen?

  • U bent een natuurlijk persoon. Een vzw kan bijvoorbeeld niet aan pensioensparen doen.
  • U woont in België.
  • U bent minstens 18 jaar, maar jonger dan 65 jaar. Pensioensparen kan tot en met het kalenderjaar waarin u 64 wordt.
  • U hebt een belastbaar inkomen.
  • Uw pensioenspaarcontract voldoet aan de geldende bepalingen.
  • U vermeldt uw gestorte premies in uw belastingaangifte.

Als u niet voldoet aan deze voorwaarden, kunt u niet (optimaal) genieten van de belastingvermindering voor pensioensparen.

6. Mag ik in hetzelfde jaar verschillende pensioenplannen afsluiten?

Ja, maar u kunt maar één pensioenspaarverzekering per verzekeraar afsluiten.

De vraag is echter of u voor al uw pensioenplannen ook van fiscale voordelen zal kunnen genieten. Want u kunt voor de belasting op uw inkomsten in 2018 (aanslagjaar 2019) maximaal 960 euro of 1230 euro in mindering brengen.

U overlegt daarom best eerst met uw makelaar.

7. Wat is de maximale aftrek bij pensioensparen?

Het bedrag dat bij pensioensparen in aanmerking komt voor belastingvermindering, wordt elk jaar geïndexeerd. Voor het aanslagjaar 2019 (inkomsten 2018) kunt u een pensioenpremie inbrengen van maximaal 960 euro of 1 230 euro.

In ruil daarvoor krijgt u van de fiscus een belastingvermindering van 30% of 25% van uw pensioenpremie plus de belastingen in uw gemeente. Het fiscaal voordeel bedraagt immers 30% van uw pensioenpremie plus de belastingen in uw gemeente.

8. Kan ik mijn bijeen gespaarde pensioen vervroegd opnemen?

Ja, u kunt uw bijeen gespaarde bedrag voor uw pensioen vervroegd opnemen. Soms leidt dat tot een belastingheffing van 33% in plaats van 8%.

Twee voorbeelden wanneer u geen 33% moet betalen:

  • Als uw contract begonnen is voor uw 55ste, en u het bedrag na uw 60ste verjaardag opneemt.
  • Als uw contract begonnen is na uw 55ste, en u het bedrag opneemt na de tiende verjaardag van uw eerste storting.

Twee voorbeelden wanneer u wel 33% moet betalen:

  • Als uw contract begonnen is voor uw 55ste, u het bedrag voor uw 60ste verjaardag opneemt en u nog niet op pensioen gaat.
  • Als uw contract begonnen is na uw 55ste, en u voor uw 60ste verjaardag het bedrag opneemt.

Voor uw specifieke situatie neemt u best contact op met uw makelaar.

9. Wat is de ‘anticipatieve heffing op 60 jaar'?

Op uw 60ste betaalt u een eenmalige eindbelasting van 8% op het ingelegde kapitaal en de gewaarborgde intrest. Deze anticipatieve heffing is een definitieve belasting. Daarna volgt dus geen extra aanslag meer.

Aan de voordelige eindbelasting zijn wel een aantal voorwaarden verbonden:

  • Uw pensioenspaarrekening of -verzekering bestaat minstens tien jaar.
  • U hebt in minstens vijf verschillende jaren een storting gedaan.
  • Elke storting blijft minstens vijf jaar behouden.

Na uw 60ste kunt u verder blijven sparen. Voor pensioensparen is dat tot en met het jaar waarin u 64 wordt. Langetermijnsparen kan wel nog na uw 64ste.

Alle stortingen die u na uw 60ste verjaardag doet, blijven fiscale voordelen opleveren, maar u betaalt er geen eindbelasting meer op.

10. Is er een fiscaal verschil tussen pensioensparen en langetermijnsparen?

Voor pensioensparen kunt u 30% of 25% in mindering brengen van uw belastbaar inkomen, afhankelijk van het fiscaal gespaarde premiebedrag op jaarbasis.

Voor langetermijnsparen kunt u 30% in mindering brengen van uw belastbaar inkomen.

Bij pensioensparen mag u maar maximaal 960 euro of 1 230 euro in mindering brengen, terwijl dat bij langetermijnsparen maximaal 2 310 euro is.

Daartegenover staat dat in de praktijk enkel mensen zonder woonlening kunnen genieten van de grotere fiscale mindering bij langetermijnsparen.

Dat komt omdat de fiscale korf voor de aftrek bij langetermijnsparen dezelfde is als die voor de eigen en enige woning, de woonbonus genoemd. De twee systemen, de woonbonus en het langetermijnsparen, kunt u niet bij elkaar optellen. De fiscus dwingt u om te kiezen.

11. In welke rubriek kan ik mijn pensioensparen inbrengen op mijn aangifte?

Op de belastingaangifte mag de man onder rubriek 1361 en de vrouw onder rubriek 2361 een bedrag van maximaal 960 euro of 1230 euro invullen. Dat is het maximumbedrag dat u aan pensioensparen kan doen bij dezelfde verzekeraar of bancaire instelling (inkomsten 2018, aanslagjaar 2019).

Dat bedrag, vermenigvuldigd met 30% (bij een maximale storting van 960 euro) of 25% (bij een maximale storting van 1230 euro), wordt als korting afgetrokken van uw te betalen belastingen. Doordat u ook geen gemeentebelastingen op dat bedrag betaalt, ligt uw reële belastingkorting meestal hoger (afhankelijk van uw inkomen en woonplaats).

1. Moet ik aan langetermijnsparen doen? Wanneer begin ik best?

Uw wettelijk pensioen zal heel wat lager liggen dan uw laatste inkomen. Gemiddeld komt u uit op 40%. U hebt er dus alle belang bij om vooraf een spaarpotje aan te leggen zodat u na uw pensioen uw levensstandaard kunt behouden.

De overheid moedigt langetermijnsparen fiscaal aan. U mag de premies aftrekken van uw belastingen zodat u voor elke 100 euro die u belegt, zowat 30 euro minder belastingen betaalt.

In de praktijk kunnen enkel mensen zonder woonlening genieten van de grotere fiscale mindering bij langetermijnsparen.

Dat komt omdat de fiscale korf voor de aftrek bij langetermijnsparen dezelfde is als die voor de eigen en enige woning, de woonbonus genoemd. De twee systemen, de woonbonus en het langetermijnsparen, kunt u niet bij elkaar optellen. De fiscus dwingt u om te kiezen.

Mensen met een woonlening kiezen eerder voor pensioensparen, dat ook in aanmerking komt voor belastingvermindering, en wel gecombineerd mag worden met de fiscale korf voor de woonlening.

2. Wat is de maximale aftrek bij langetermijnsparen?

Het bedrag dat bij langetermijnsparen in aanmerking komt voor belastingvermindering, wordt elk jaar geïndexeerd. Het maximaal in te brengen bedrag hangt af van de hoogte van uw netto belastbaar beroepsinkomen. Er geldt ook een absoluut maximum van 2 310 euro (aanslagjaar 2019, inkomsten 2018).

In ruil daarvoor krijgt u van de fiscus een belastingvermindering. Het fiscaal voordeel bedraagt immers 30% van uw premie plus de gemeentebelastingen.

3. Wanneer kan ik stortingen doen?

U kunt op elke dag van het jaar stortingen doen.

4. Wat wordt bedoeld met de ‘anticipatieve heffing op 60 jaar'?

Op uw 60ste betaalt u een eenmalige eindbelasting van 10% op het ingelegde kapitaal en de gewaarborgde intrest. Deze anticipatieve heffing is een definitieve belasting. Daarna volgt dus geen extra aanslag meer.

5. Is er een fiscaal verschil tussen pensioensparen en langetermijnsparen?

Voor pensioensparen kunt u 30% of 25% in mindering brengen van uw belastbaar inkomen, afhankelijk van het fiscaal gespaarde premiebedrag op jaarbasis.

Voor langetermijnsparen kunt u 30% in mindering brengen van uw belastbaar inkomen.

Bij pensioensparen mag u maar maximaal 960 euro of 1 230 euro in mindering brengen, terwijl dat bij langetermijnsparen maximaal 2 310 euro is.

Daartegenover staat dat in de praktijk enkel mensen zonder woonlening kunnen genieten van de grotere fiscale mindering bij langetermijnsparen.

Dat komt omdat de fiscale korf voor de aftrek bij langetermijnsparen dezelfde is als die voor de eigen en enige woning, de woonbonus genoemd. De twee systemen, de woonbonus en het langetermijnsparen, kunt u niet bij elkaar optellen. De fiscus dwingt u om te kiezen.

6. Wat is een woonbonus?

De woonbonus is een fiscale korf waarin de hypothecaire leningslasten terecht komen die belastingvoordeel opleveren. Het gaat over de volgende bedragen:

  • kapitaalsaflossingen voor de afbetaling van de lening;
  • betaalde intresten op het ontleende bedrag;
  • premies voor de levensverzekering(en) die de terugbetaling van de hypothecaire lening waarborgen, zoals een schuldsaldoverzekering.

In de fiscale korf mag u naar eigen keuze de kapitaalaflossingen, de interesten en de premies van de levensverzekeringen inbrengen. U bent niet verplicht om alle elementen te gebruiken. Zo is het mogelijk om de premies voor de schuldsaldoverzekering niet in te brengen omdat de kapitaalsaflossingen en de intresten de korf reeds volledig vullen.

7. Waarom wordt de mindering voor de woonbonus bijna nooit gecombineerd met de mindering voor het langetermijnsparen?

De twee systemen, de woonbonus en het langetermijnsparen, kunt u niet bij elkaar optellen. De fiscus dwingt u om te kiezen.

Als u de fiscale korf helemaal opvult met de aflossing voor uw woonkrediet, dan kunt u geen aanvullend pensioenkapitaal opbouwen via het systeem van het langetermijnsparen. Zodra u de hypothecaire lening heeft terugbetaald, is er opnieuw fiscale ruimte in de korf.

8. Kan ik mijn langetermijnsparen vervroegd opnemen? Wat zijn de fiscale gevolgen?

Ja, u kunt het bedrag voor uw langetermijnsparen vervroegd opnemen, dus voor uw 60ste verjaardag of voor u met pensioen gaat. Maar in bepaalde situaties moet u dan wel een  belasting van 33% (+ gemeentebelastingen) betalen in plaats van 10%.

Twee voorbeelden wanneer u geen 33% moet betalen:

  • Als uw contract begonnen is voor uw 55ste, en u het bedrag na uw 60ste verjaardag opneemt.
  • Als uw contract begonnen is na uw 55ste, en u het bedrag opneemt na de tiende verjaardag van uw eerste storting.

Twee voorbeelden wanneer u wel die 33% moet betalen:

  • Als uw contract begonnen is voor uw 55ste en u het bedrag voor uw 60ste verjaardag opneemt, meer dan vijf jaar voor de contractuele einddatum.
  • Als uw contract begonnen is na uw 55ste, en u het bedrag voor uw 60ste verjaardag opneemt.

Voor uw specifieke situatie neemt u best contact op met uw makelaar.

9. In welke rubriek kan ik mijn langetermijnsparen inbrengen op mijn aangifte?

In de rubriek 1353 kan mijnheer zijn jaarlijks gespaard bedrag in langetermijnsparen invullen, maximaal 2 310 euro (inkomstenjaar 2018).

In rubriek 2353 kan mevrouw haar gespaard bedrag in langetermijnsparen invullen, ook maximaal 2 310 euro (inkomstenjaar 2018).

Cumulatie van verschillende premies van verschillende levensverzekeringen (bijvoorbeeld een schuldsaldoverzekering bij een hypothecaire lening) voor deze rubriek is wel toegelaten, in tegenstelling tot bij het pensioensparen.

De premies van contracten langetermijnsparen die zijn aangegaan voor 1 januari 1989, komen in de rubrieken 1354 (man) en 2354 (vrouw).

Ontdek uw groepsverzekering

Pensioenfiche

Elk jaar krijgt u een pensioenfiche die u heel gedetailleerd toont hoe uw aanvullend pensioen eraan toe is. De pensioenfiche zoomt in op de verzekerde waarborgen en de financiering:

  • Hoeveel is er al gespaard?
  • Hoeveel krijg ik op mijn pensioen?
  • Wat als ik van werk verander?
  • Wat als ik overlijd voor mijn pensioen?
  • Wat betekent de waarborg arbeidsongeschiktheid?

Bekijk de filmpjes met meer uitleg:

1. Hoe werkt een groepsverzekering?

Uw werkgever stort periodiek een spaarbedrag (de premie) voor elk van zijn aangesloten werknemers in de groepsverzekering. Zo bouwt hij voor u een ‘spaarkoffertje' op. De premies in dit spaarkoffertje brengen intresten op.

2. Wat is een groepsverzekering?

De groepsverzekering is een verzekeringscontract dat de werkgever afsluit voor (een deel van) zijn personeel en kan uit verschillende waarborgen bestaan:

  • pensioenopbouw
  • overlijden
  • arbeidsongeschiktheid
  • premievrijstelling
  • hospitalisatieverzekering

De voorwaarden van de groepsverzekering worden vastgelegd in een pensioenreglement, dat elke aangesloten werknemer kan opvragen bij zijn werkgever. 

3. Wie sluit een groepsverzekering af?

Een groepsverzekering is geen wettelijke verplichting maar wordt steeds afgesloten tussen de werkgever en VIVIUM.  

Valt het bedrijf waarvoor u werkt onder een paritair comité dat een groepsverzekering oplegt? Dan is uw werkgever wel verplicht een groepsverzekering af te sluiten.  

Het is ook mogelijk dat u voor een bedrijf werkt dat geen groepsverzekering voorziet.  

4. Wie zit in de groepsverzekering?

Een belangrijk principe binnen de groepsverzekering is de anti-discriminatie: uw werkgever kan een groepsverzekering afsluiten voor al zijn werknemers of voor een welbepaald deel - een categorie genaamd - van het personeel. Deze categorie mag nooit discriminerend zijn (bijvoorbeeld enkel voor vrouwen, of enkel voor arbeiders met een contract van onbepaalde duur, …). Vaak gebruikte categorieën zijn: ‘de bedienden', ‘de arbeiders', …

Van zodra u tot een categorie behoort, waarvoor uw werkgever een groepsverzekering afsloot, hebt u recht op de groepsverzekering.

Let op: als u nog geen 25 jaar bent, heeft de werkgever de mogelijkheid om uw aansluiting bij de groepsverzekering uit te stellen. Ten laatste op uw 25 jaar moet u wel aangesloten zijn.

Vraag het reglement van uw eigen groepsverzekering gerust op bij uw werkgever.

5. Kan ik zelf kiezen hoeveel ik spaar?

Nee, de financiering (werkgevers- en/of werknemersbijdragen) van de groepsverzekering ligt contractueel vast in het reglement. De werknemer kan zijn eigen bijdrage dus niet aanpassen en deze wordt automatisch van het loon afgehouden.

De premie is ofwel een forfaitair bedrag (voor iedereen gelijk) of een percentage van het salaris (bijvoorbeeld 2% van het salaris).

6. Hoeveel is er al gespaard?

U ontvangt één keer per jaar via uw werkgever een overzicht van uw groepsverzekering, het benefit statement of de pensioenfiche genaamd.

Dit document geeft een overzicht van alle verzekerde waarborgen en relevante bedragen in één document. Zo blijft u op de hoogte hoe het met uw groepsverzekering is gesteld.

7. Speelt mijn gezinssituatie een rol?

Sommige werkgevers voorzien een overlijdensdekking waarin de gezinssituatie een rol kan spelen. Bijvoorbeeld: hoe meer kinderen u hebt, hoe groter uw kapitaal bij overlijden.

8. En mijn deeltijds werkregime?

Als u deeltijds werkt, worden de voordelen van uw groepsverzekering aangepast aan uw deeltijds salaris.

Wanneer u deeltijds gaat werken, worden de aanpassingen onmiddellijk doorgevoerd.

Voor meer informatie consulteert u best het reglement van uw groepsverzekering.

9. Kan ik stoppen met mijn groepsverzekering?

Nee, u kunt zelf niet beslissen om uit de groepsverzekering te stappen. Enkel uw werkgever kan de groepsverzekering stopzetten mits naleving van de wettelijke procedures.

10. Moet ik zelf nog pensioensparen als ik een groepsverzekering heb?

Wanneer u op pensioen gaat, valt u terug op een wettelijk pensioen. En dat is laag. VIVIUM raadt u dan ook aan om zelf nog aan pensioensparen te doen bovenop uw groepsverzekering.

De jaarlijks betaalde premie van uw pensioensparen kunt u inbrengen in uw belastingen, wat momenteel een voordeel oplevert van 30% van de premie.

Met een groepsverzekering en een individueel pensioenspaarplan kunt u op uw oude dag uw wettelijk pensioen aanvullen om uw levensstandaard zoveel mogelijk te behouden.

11. Wat als ik van werk verander?

Als u van werkgever verandert, hebt u 3 mogelijkheden voor uw groepsverzekering:

1. U laat het gespaarde pensioenkapitaal bij de vorige werkgever staan. 

Dit noemt 'premievrij zetten' in het vakjargon, vergelijkbaar met een spaarboekje waarop geen verdere stortingen gebeuren, maar waarop u nog wel intrest ontvangt.

Kijk wel even na of uw groepsverzekering nog in een overlijdensdekking voorziet! Daarvoor neemt u uw laatste benefit statement (het overzicht van uw groepsverzekering) dat u ontving wanneer u uit dienst ging.

  • Vindt u hierop een onderdeel ‘waarborgen bij leven' én een onderdeel ‘waarborg bij overlijden', dan hoeft u niks te doen.
  • Staat er geen ‘waarborg bij overlijden' vermeld? Dan kunt u overwegen om het gespaarde bedrag over te brengen naar een ‘onthaalstructuur' waar de mogelijkheid geboden wordt om een waarborg bij overlijden te onderschrijven.


2. U neemt het kapitaal mee naar uw nieuwe werkgever. 

Zo wordt al uw geld administratief bij dezelfde maatschappij beheerd. Dit kan natuurlijk enkel als uw nieuwe werkgever ook een groepsverzekering heeft waarbij u aangesloten wordt. Deze transfer is trouwens kosteloos.

Het is belangrijk na te gaan welke intrestvoet de pensioeninstelling van uw nieuwe groepsverzekering aanbiedt. Het kan immers voorkomen dat er een verschil is tussen de oude en de nieuwe groepsverzekering.

Om het geld te transfereren, vraagt u het formulier 'reserve-overdracht' aan bij de nieuwe verzekeringsmaatschappij. Is dat in uw geval VIVIUM, dan gebruikt u dit formulier.


3. Transfereren naar een gemeenschappelijke kas

Biedt uw nieuwe werkgever geen groepsverzekering aan, of wilt u de (verschillende) pensioenkapitalen van uw vorige werkgevers centraliseren? Dan kunt u uw geld overbrengen naar een gemeenschappelijke kas.

12. Ik word zelfstandig.

U kunt het geld uit een groepsverzekering niet overbrengen naar een pensioencontract onder zelfstandigenstatuut.

U kunt uw kapitaal laten staan bij de pensioeninstelling van uw vorige werkgever, de onthaalstructuur van uw vorige werkgever of overbrengen naar een gemeenschappelijke kas. U bent wel vrij om los daarvan de nodige pensioenopbouw te voorzien onder uw zelfstandigenstatuut. Contacteer uw makelaar voor de mogelijkheden.

13. Ik wil zelf verder sparen.

U kunt zelf niet verder blijven sparen binnen de fiscaliteit van de groepsverzekering nadat u uit dienst bent. De premies worden automatisch stopgezet.

U kunt het geld uit een groepsverzekering ook niet overbrengen naar een individueel pensioencontract omdat de fiscaliteit anders is.

Wilt u nadat u uit dienst bent zelf verder zorgen voor uw pensioenopbouw? Dan kunt u dat individueel doen met een contract pensioensparen of langetermijnsparen. Contacteer hiervoor uw makelaar.

14. Ik wil mijn kapitaal vòòr mijn 65 jaar.

De wet op de aanvullende pensioenen laat niet toe het geld op te nemen voor uw 60ste. De overheid voorziet een gunstigere belasting als u blijft werken tot 65 jaar.

15. Ik wil een voorschot.

U kunt een voorschot op uw kapitaal opvragen voor het kopen, bouwen, verbouwen of herstellen van een onroerend goed binnen de Europese Economische Ruimte, als uw groepsverzekeringsreglement het voorziet.

Op dit opgenomen voorschotbedrag betaalt u intrest. Als uw betreffende belastingskorf nog niet vol zit, kunt u deze intresten ook inbrengen in de belastingen.

U kunt het voorschot steeds in schijven terugbetalen, wel is er een minimum bedrag van toepassing.

Let wel op, als u uit dienst zou gaan en uw overlijdensdekking vervalt, moet uw voorschot herzien worden.

16. Inpandgave

In dat geval wordt de bank die de lening toekent, de ‘aanvaardende begunstigde' van de groepsverzekering. Wat wil zeggen dat de uitkering op uw pensioen of bij vroegtijdig overlijden door VIVIUM aan de bank zal gebeuren.

Let wel op, als u uit dienst zou gaan en uw overlijdensdekking vervalt, moet uw inpandgave herzien worden.

17. Op welke leeftijd?

U kunt pas een uitkering uit de groepsverzekering bekomen vanaf uw 60 jaar. De wet op de aanvullende pensioenen laat niet toe het geld op te nemen voor uw 60ste. De overheid voorziet een gunstigere belasting als u blijft werken tot 65 jaar.

18. Hoeveel krijg ik als ik met pensioen ga?

U ontvangt minstens één keer per jaar een ‘uittreksel' van uw groepsverzekering, het benefit statement of de pensioenfiche genaamd. Dit document geeft een overzicht van alle verzekerde waarborgen en relevante bedragen in één document. Hier ziet u tot in detail welke bedragen voor u verzekerd zijn.

19. Wat is het verschil tussen rente en kapitaal?

Wanneer u op pensioen gaat, krijgt u van de groepsverzekering een eenmalig kapitaal of levenslange rente uitgekeerd. Wanneer u kiest voor een kapitaal, zult u een eenmalige uitkering ontvangen.

20. Welk verschil als ik tot 60 of 65 jaar werk?

Vandaag ziet de fiscaliteit op het pensioenkapitaal uit de groepsverzekering er in grote lijnen als volgt uit:

Van het voorziene pensioenkapitaal gaan volgende inhoudingen af:

  • de RIZIV-bijdrage: 3,55%
  • de solidariteitsbijdrage: 0% of 1% of 2%  (afhankelijk van de grootte van uw kapitaal) 
  • de bedrijfsvoorheffing*: 16,50% op de premies betaald door  werkgever

16,50% op werknemerspremies voor 1993
10% op werknemerspremies na 1993

Als u tot 65 blijft werken, verlaagt de bedrijfsvoorheffing voor de premies betaald door de werkgever van 16,50% naar 10%!

*Vanaf 1/7/2013 wijzigen de percentages van de bedrijfsvoorheffing op de werkgeversbijdragen als volgt:

  • opname op uw 60 jaar: 20% bedrijfsvoorheffing (i.p.v. 16,5%)
  • opname op uw 61 jaar: 18% bedrijfsvoorheffing (i.p.v. 16,5%)
  • opname op uw 62, 63, 64 jaar: bedrijfsvoorheffing blijft 16,5%

De verlaagde bedrijfsvoorheffing van 10% blijft gelden als u blijft werken tot 65 en dan pas uw kapitaal ontvangt.

Het jaar volgend op de uitbetaling ontvangt u een fiscale fiche. Deze gegevens neemt u over op uw belastingsaangifte. Zo wordt ook de laatste rechtzetting van de gemeentebelasting verrekend.

21. Moet ik zelf iets doen?

Als u 65 jaar wordt, moet u zelf niets ondernemen, VIVIUM regelt alles voor u. Een maand voor uw pensioen sturen wij u een regelingskwijting. U vult de kwijting in en stuurt ze ondertekend terug met een recto verso kopie van uw identiteitskaart. Vanaf de contractueel voorziene einddatum, schrijft VIVIUM het netto kapitaal over op uw bankrekening.

Wilt u voor uw 65 jaar uw kapitaal opvragen? Dan moet u wel zelf initiatief ondernemen. Contacteer daarvoor uw verzekeringsmaatschappij.

22. Wie krijgt iets als ik overlijd?

Als uw groepsverzekering een overlijdensdekking voorziet, ontvangen uw begunstigden een bedrag als u sterft vóór uw pensioenleeftijd. De begunstigden zijn de personen die bij overlijden het kapitaal ontvangen, zoals vastgelegd in de voorwaarden van uw groepsverzekering.

In mensentaal gaat het in eerste instantie over uw partner, bij gebreke uw kinderen, bij gebreke uw ouders, bij gebreke uw broers, zussen, en verdere familie en zo wordt verder afgedaald.

23. Kan ik zelf beslissen wie iets krijgt?

U kunt afwijken van de contractueel voorziene voorrangsorde volgens de bepalingen van het reglement. Via uw werkgever kunt u hiervoor een aangepast formulier gebruiken.

24. Hoeveel ontvangen zij?

Als uw groepsverzekering een overlijdensdekking voorziet, ontvangen uw begunstigden een bedrag als u sterft voor uw pensioenleeftijd. Het exacte bedrag vindt u terug op uw benefit statement (het overzicht van uw groepsverzekering). Dit bedrag is onderhevig aan belastingen. En de parafiscaliteit verschilt in functie van de begunstigde.

In een notendop:

Uw huwelijkspartner

  • moet RIZIV-, solidariteitsbijdrage en bedrijfsvoorheffing betalen
  • maar geen successierechten (het kapitaal overlijden uit een groepsverzekering moet wel aangegeven worden, maar er moeten door de huwelijkspartner geen successierechten op betaald worden).

Alle andere begunstigden

  • moeten geen RIZIV- en geen solidariteitsbijdrage betalen
  • maar wel bedrijfsvoorheffing en successierechten (met als uitzondering minderjarige kinderen onder de 21 jaar: zij moeten geen successierechten betalen.

25. Kan ik het overlijdensbedrag veranderen?

Dat kan enkel als uw groepsverzekering deze mogelijkheid voorziet (de zogenaamde cafetariaregelingen) binnen bepaalde grenzen en enkel als u nog effectief in dienst bent. Als het overlijdenskapitaal wijzigt, zal er minder of meer geld vrijkomen voor de opbouw van uw pensioen.

26. Wat is de waarborg arbeidsongeschiktheid?

Als uw groepsverzekering de waarborg ‘arbeidsongeschiktheid' heeft, zorgt uw werkgever voor u als u lange tijd niet kunt werken door een ziekte of een ongeval. De algemene en bijzondere voorwaarden beschrijven de gewaarborgde aandoeningen en oorzaken. De groepsverzekering vult dan de beperkte uitkering van de ziekenkas aan. Wat broodnodig is omdat uw vaste kosten en rekeningen blijven doorlopen.

27. Wat moet ik doen bij ziekte of ongeval?

Meld dit zo snel mogelijk aan uw werkgever.

  • Bent u maar even afwezig? Dan zal de groepsverzekering niet tussenkomen. De eerste maand krijgt u uw loon sowieso nog betaald.
  • Bent u langer afwezig? Dan moet uw werkgever dat zo snel mogelijk aan VIVIUM doorgeven, zodat VIVIUM de uitkering van het ziekenfonds kan aanvullen.

Wanneer u terug aan het werk gaat, zal uw werkgever dit aan VIVIUM laten weten.

28. Wat is premievrijstelling?

Voorziet uw groepsverzekering ook in de waarborg ‘premievrijstelling'? Dan bent u helemaal goed verzekerd.

Wanneer u langere tijd niet kan werken door een ziekte of een ongeval, zal VIVIUM de premies van uw groepsverzekering overnemen en dus voor u betalen zolang u arbeidsongeschikt bent. Zo loopt uw pensioenopbouw verder, ook al bent u arbeidsongeschikt.

Ook tijdens uw zwangerschapsrust en bevallingsverlof treedt de premievrijstelling in werking! Raadpleeg uw contract voor de modaliteiten.