FAQ Langetermijnsparen

1. Moet ik aan langetermijnsparen doen? Wanneer begin ik best?

Uw wettelijk pensioen zal heel wat lager liggen dan uw laatste inkomen. Gemiddeld komt u uit op 40%. U hebt er dus alle belang bij om vooraf een spaarpotje aan te leggen zodat u na uw pensioen uw levensstandaard kunt behouden.

De overheid moedigt langetermijnsparen fiscaal aan. U mag de premies aftrekken van uw belastingen zodat u voor elke 100 euro die u belegt, zowat 30 euro minder belastingen betaalt.

 

2. Wat is de maximale aftrek bij langetermijnsparen?

Het bedrag dat bij langetermijnsparen in aanmerking komt voor belastingvermindering, wordt elk jaar geïndexeerd. Het maximaal in te brengen bedrag hangt af van de hoogte van uw netto belastbaar beroepsinkomen. Er geldt ook een absoluut maximum van 2 390 euro (aanslagjaar 2021, inkomsten 2020).

In ruil daarvoor krijgt u van de fiscus een belastingvermindering. Het fiscaal voordeel bedraagt immers 30% van uw premie plus de gemeentebelastingen.

3. Wanneer kan ik stortingen doen?

U kunt op elke dag van het jaar stortingen doen.

4. Wat wordt bedoeld met de ‘anticipatieve heffing op 60 jaar'?

Op uw 60ste betaalt u een eenmalige eindbelasting van 10% op het ingelegde kapitaal en de gewaarborgde intrest. Deze anticipatieve heffing is een definitieve belasting. Daarna volgt dus geen extra aanslag meer.

5. Is er een fiscaal verschil tussen pensioensparen en langetermijnsparen?

Voor pensioensparen kunt u 30% of 25% in mindering brengen van uw belastbaar inkomen, afhankelijk van het fiscaal gespaarde premiebedrag op jaarbasis.

Voor langetermijnsparen kunt u 30% in mindering brengen van uw belastbaar inkomen.

Bij pensioensparen mag u maar maximaal 990 euro of 1 270 euro in mindering brengen, terwijl dat bij langetermijnsparen maximaal 2 390 euro is.

 

6. Kan ik mijn langetermijnsparen vervroegd opnemen? Wat zijn de fiscale gevolgen?

Ja, u kunt het bedrag voor uw langetermijnsparen vervroegd opnemen, dus voor uw 60ste verjaardag of voor u met pensioen gaat. Maar in bepaalde situaties moet u dan wel een  belasting van 33% (+ gemeentebelastingen) betalen in plaats van 10%.

Twee voorbeelden wanneer u geen 33% moet betalen:

  • Als uw contract begonnen is voor uw 55ste, en u het bedrag na uw 60ste verjaardag opneemt.
  • Als uw contract begonnen is na uw 55ste, en u het bedrag opneemt na de tiende verjaardag van uw eerste storting.

Twee voorbeelden wanneer u wel die 33% moet betalen:

  • Als uw contract begonnen is voor uw 55ste en u het bedrag voor uw 60ste verjaardag opneemt, meer dan vijf jaar voor de contractuele einddatum.
  • Als uw contract begonnen is na uw 55ste, en u het bedrag voor uw 60ste verjaardag opneemt.

Voor uw specifieke situatie neemt u best contact op met uw makelaar.

7. In welke rubriek kan ik mijn langetermijnsparen inbrengen op mijn aangifte?

In de rubriek 1353 kan mijnheer zijn jaarlijks gespaard bedrag in langetermijnsparen invullen, maximaal 2 390 euro (inkomstenjaar 2019).

In rubriek 2353 kan mevrouw haar gespaard bedrag in langetermijnsparen invullen, ook maximaal 2 390 euro (inkomstenjaar 2019).

Cumulatie van verschillende premies van verschillende levensverzekeringen (bijvoorbeeld een schuldsaldoverzekering bij een hypothecaire lening) voor deze rubriek is wel toegelaten, in tegenstelling tot bij het pensioensparen.

De premies van contracten langetermijnsparen die zijn aangegaan voor 1 januari 1989, komen in de rubrieken 1354 (man) en 2354 (vrouw).