Terug

Lichte arbeidsongevallen: geen aangifteplicht meer

Lichte arbeidsongevallen: geen aangifteplicht meer

Sinds 22 april 2014 zijn werkgevers niet langer verplicht om lichte arbeidsongevallen aan te geven bij hun verzekeraar. Maar die lichte arbeidsongevallen moeten ze wel nog bijhouden in een EHBO-register, en opnemen in het jaarverslag van de interne preventiedienst.

Verplicht om elk arbeidsongeval aan te geven

Elke werkgever is verplicht om elk arbeidsongeval tijdig aan te geven bij zijn verzekeraar. ‘Tijdig' betekent binnen de acht kalenderdagen na de dag van het ongeval. Ook het medisch attest van eerste vaststelling moet een werkgever overmaken zodra hij over dat medisch attest beschikt.

‘Lichte arbeidsongevallen' niet meer verplicht

Op dit principe geldt nu een uitzondering. Meer bepaald maakt de Arbeidsongevallenwet voortaan een onderscheid voor ‘lichte arbeidsongevallen'. Dat zijn arbeidsongevallen:

  • die niet leiden tot loonverlies of arbeidsongeschiktheid;
  • waarvoor geen tussenkomst van een geneesheer nodig was;
  • en waarvoor de zorg na het ongeval werd toegediend op de plaats van uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

Ter herinnering, de ‘plaats van uitvoering van de arbeidsovereenkomst' kan de onderneming zijn, maar even goed een werf, de parking of zelfs de openbare weg.

Aangepast werk: geen licht arbeidsongeval

Op deze uitzondering geldt ook een uitzondering. Als een werknemer na een ongeval aangepast werk krijgt, dat wil zeggen deeltijds werk en/of in een andere werkpost, kan dat ongeval nooit als een licht arbeidsongeval beschouwd worden. Bij een procedure voor aangepast werk moet immers een geneesheer tussenkomen. Dergelijke ongevallen moet de werkgever aangeven bij zijn verzekeraar.

Wel bijhouden in EHBO-register

Werkgevers moeten ‘lichte arbeidsongevallen' dus niet meer melden aan hun verzekeraar. Maar ze moeten ze wel nog bijhouden in een EHBO-register. Dat register moet de volgende elementen bevatten:

  • de naam van de hulpverlener;
  • de naam van het slachtoffer;
  • de plaats, de datum, het uur, de beschrijving en de omstandigheden van het ongeval of het incident;
  • de aard, datum en het uur van de interventie;
  • de identiteit van de eventuele getuigen.

Zo snel mogelijk registreren

Uiteraard gebeurt de registratie zo snel mogelijk na het ongeval of het incident. Deze registratie vormt een belangrijk bewijselement als de letsels toch zouden verergeren. De werknemer moet immers naast het letsel, ook de plotselinge gebeurtenis tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst of op zijn arbeidsweg aantonen.

Denk bijvoorbeeld aan een wonde die maar niet wil genezen en die alsnog door een arts moet worden verzorgd. In dat geval moet de werkgever alsnog het ongeval aangeven bij zijn verzekeraar, binnen de 8 kalenderdagen na de dag dat hij op de hoogte werd gebracht van de verergering.

Ook in jaarverslag interne preventiedienst

Naast het EHBO-register moeten de ‘lichte arbeidsongevallen' ook vermeld worden in het jaarverslag van de interne preventiedienst. Dat om te vermijden dat deze arbeidsongevallen uit de statistieken zouden verdwijnen.

In het jaarverslag werden arbeidsongevallen verdeeld volgens categorie van ernst (dood, blijvende arbeidsongeschiktheid of tijdelijke arbeidsongeschiktheid). Daar komen nu twee categorieën bij:

  • de andere ongevallen die medische of andere kosten hebben meegebracht (maar geen overlijden, noch blijvende of tijdelijke arbeidsongeschiktheid),
  • de lichte ongevallen zoals hierboven gedefinieerd.

Bijscholing hulpverleners

Ook de bijscholing van werknemers - hulpverleners werd aangepast. In principe moeten hulpverleners nog steeds jaarlijks een bijscholing volgen. Voortaan mag dat om de twee jaar, maar dan moet de werkgever wel aantonen dat de kennis en de vaardigheden van de hulpverlener voldoende blijven. De werkgever doet dat aan de hand van een risicoanalyse, en na advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en van het comité.

Bijscholing gemist?

Een tweede, nieuwe regel legt uit wat er gebeurt als een hulpverlener een geplande bijscholing niet kon volgen. Voortaan krijgt hij een jaar tijd om alsnog de bijscholing te volgen. Gebeurt dat niet, dan wordt hij niet langer beschouwd als hulpverlener.

Meer info bij uw makelaar

Hebt u een vraag over deze nieuwe regeling? Wat is de precieze impact van deze vrijstelling voor uw onderneming? Contacteer een makelaar in uw buurt. Hij geeft u graag meer advies op maat.
 


Zoek een makelaar
Zoek een andere makelaar