1. Moet ik aan langetermijnsparen doen? Wanneer begin ik best?

Uw wettelijk pensioen zal heel wat lager liggen dan uw laatste inkomen. Gemiddeld komt u uit op 40%. U hebt er dus alle belang bij om vooraf een spaarpotje aan te leggen zodat u na uw pensioen uw levensstandaard kunt behouden.

De overheid moedigt langetermijnsparen fiscaal aan. U mag de premies aftrekken van uw belastingen zodat u voor elke 100 euro die u belegt, zowat 30 euro minder belastingen betaalt.

In de praktijk kunnen enkel mensen zonder woonlening genieten van de grotere fiscale mindering bij langetermijnsparen.

Dat komt omdat de fiscale korf voor de aftrek bij langetermijnsparen dezelfde is als die voor de eigen en enige woning, de woonbonus genoemd. De twee systemen, de woonbonus en het langetermijnsparen, kunt u niet bij elkaar optellen. De fiscus dwingt u om te kiezen.

Mensen met een woonlening kiezen eerder voor pensioensparen, dat ook in aanmerking komt voor belastingvermindering, en wel gecombineerd mag worden met de fiscale korf voor de woonlening.

2. Wat is de maximale aftrek bij langetermijnsparen?

Het bedrag dat bij langetermijnsparen in aanmerking komt voor belastingvermindering, wordt elk jaar geïndexeerd. Het maximaal in te brengen bedrag hangt af van de hoogte van uw netto belastbaar beroepsinkomen. Er geldt ook een absoluut maximum van 2.260 euro (aanslagjaar 2015, inkomsten 2014).

In ruil daarvoor krijgt u van de fiscus minstens 678 euro cadeau in de vorm van een belastingvermindering. Het fiscaal voordeel bedraagt immers 30% van uw premie plus de gemeentebelastingen.

3. Wanneer kan ik stortingen doen?

U kunt op elke dag van het jaar stortingen doen.

4. Wat wordt bedoeld met de ‘anticipatieve heffing op 60 jaar'?

Op uw 60ste betaalt u een eenmalige eindbelasting van 10% op het ingelegde kapitaal en de gewaarborgde intrest. Deze anticipatieve heffing is een definitieve belasting. Daarna volgt dus geen extra aanslag meer.

5. Is er een fiscaal verschil tussen pensioensparen en langetermijnsparen?

Voor pensioensparen en langetermijnsparen kunt u hetzelfde percentage in mindering brengen van uw belastbaar inkomen. Voor zover lopen ze dus gelijk. Het precieze percentage bedraagt 30%, afhankelijk van uw inkomen en de belastingen in uw gemeente.

Bij pensioensparen mag u maar maximaal 940 euro in mindering brengen, terwijl dat bij langetermijnsparen maximaal 2.260 euro is.

Daartegenover staat dat in de praktijk enkel mensen zonder woonlening kunnen genieten van de grotere fiscale mindering bij langetermijnsparen.

Dat komt omdat de fiscale korf voor de aftrek bij langetermijnsparen dezelfde is als die voor de eigen en enige woning, de woonbonus genoemd. De twee systemen, de woonbonus en het langetermijnsparen, kunt u niet bij elkaar optellen. De fiscus dwingt u om te kiezen.

6. Wat is een woonbonus?

De woonbonus is een fiscale korf waarin de hypothecaire leningslasten terecht komen die belastingvoordeel opleveren. Het gaat over de volgende bedragen:

  • kapitaalsaflossingen voor de afbetaling van de lening;
  • betaalde intresten op het ontleende bedrag;
  • premies voor de levensverzekering(en) die de terugbetaling van de hypothecaire lening waarborgen, zoals een schuldsaldoverzekering.

In de fiscale korf mag u naar eigen keuze de kapitaalaflossingen, de interesten en de premies van de levensverzekeringen inbrengen. U bent niet verplicht om alle elementen te gebruiken. Zo is het mogelijk om de premies voor de schuldsaldoverzekering niet in te brengen omdat de kapitaalsaflossingen en de intresten de korf reeds volledig vullen.

7. Waarom wordt de mindering voor de woonbonus bijna nooit gecombineerd met de mindering voor het langetermijnsparen?

De twee systemen, de woonbonus en het langetermijnsparen, kunt u niet bij elkaar optellen. De fiscus dwingt u om te kiezen.

Als u de fiscale korf helemaal opvult met de aflossing voor uw woonkrediet, dan kunt u geen aanvullend pensioenkapitaal opbouwen via het systeem van het langetermijnsparen. Zodra u de hypothecaire lening heeft terugbetaald, is er opnieuw fiscale ruimte in de korf.

8. Kan ik mijn langetermijnsparen vervroegd opnemen? Wat zijn de fiscale gevolgen?

Ja, u kunt het bedrag voor uw langetermijnsparen vervroegd opnemen, dus voor uw 60ste verjaardag of voor u met pensioen gaat. Maar in bepaalde situaties moet u dan wel een  belasting van 33% (+ gemeentebelastingen) betalen in plaats van 10%.

Twee voorbeelden wanneer u geen 33% moet betalen:

  • Als uw contract begonnen is voor uw 55ste, en u het bedrag na uw 60ste verjaardag opneemt.
  • Als uw contract begonnen is na uw 55ste, en u het bedrag opneemt na de tiende verjaardag van uw eerste storting.

Twee voorbeelden wanneer u wel die 33% moet betalen:

  • Als uw contract begonnen is voor uw 55ste en u het bedrag voor uw 60ste verjaardag opneemt, meer dan vijf jaar voor de contractuele einddatum.
  • Als uw contract begonnen is na uw 55ste, en u het bedrag voor uw 60ste verjaardag opneemt.

Voor uw specifieke situatie neemt u best contact op met uw makelaar.

9. In welke rubriek kan ik mijn langetermijnsparen inbrengen op mijn aangifte?

In de rubriek 1353 kan mijnheer zijn jaarlijks gespaard bedrag in langetermijnsparen invullen, maximaal 2.260 euro (inkomstenjaar 2014).

In rubriek 2353 kan mevrouw haar gespaard bedrag in langetermijnsparen invullen, ook maximaal 2.260 euro (inkomstenjaar 2014).

Cumulatie van verschillende premies van verschillende levensverzekeringen (bijvoorbeeld een schuldsaldoverzekering bij een hypothecaire lening) voor deze rubriek is wel toegelaten, in tegenstelling tot bij het pensioensparen.

De premies van contracten langetermijnsparen die zijn aangegaan voor 1 januari 1989, komen in de rubrieken 1354 (man) en 2354 (vrouw).

 

Iets niet duidelijk ?

Zoek een makelaar
Zoek een andere makelaar